Menu
Free Pack
Buy Now

4 leiderschapslessen van een puppy

door Anouk Minnes, op 18-12-20 14:39

Als iemand die graag alles tot in de puntjes regelt, had ik al vele avonden voor het ophaalmoment op 8 december van mijn Australische Labradoodle Tebby allerlei puppyboeken gelezen en YouTube video’s bekeken. Al snel leerde ik dat het niet zozeer gaat over de hond. Het gaat om mij, als mens en als leider van deze kleine roedel. Het kwam neer op de titel van de whitepaper die ik heb geschreven: Vertrouwen is de strategie die OVERAL werkt.

Het opvoeden van een puppy zie ik als een vorm van zelfreflectie. Best spannend om dagelijks jezelf zo in de spiegel (uitgebeeld in de vorm van een puppy) te zien (zeker als perfectionist zijnde). In deze blog deel ik mijn 4 puppy-inzichten:

Tebby_4 leiderschapslessen van een puppy
1. “Vind je het ECHT?” - Bouw aan jouw zelfvertrouwen

Een puppy kan niet met je communiceren via taal. Als je ‘spring’ aanleert op het moment dat een hond gaat zitten, dan blijft hij gewoon netjes met vier pootjes op de grond en gaat hij zitten. De eerste les die ik meekreeg van de fokker was dat het draait om lichaamstaal én echt vinden wat je uitstraalt. Vind je het eigenlijk zielig dat hij de bench in moet en zet je hem toch in de bench? Geheid dat hij er weer vrolijk uit huppelt.

Hoe vertaalt dit op de werkvloer?

Tijdens het werk ben je vaak in contact met een ander: een collega of een klant. Voordat je een goede 1-op-1 relatie kunt aangaan, zowel op werk, als privé als met een puppy, moet je vertrouwen in jezelf hebben én dit ook uitstralen. Als je weet dat je niet goed kunt thuiswerken, omdat je liever een wasje gaat doen of snel afgeleid bent, dan zal je minder geneigd zijn je collega’s te vertrouwen dat ze het wel goed doen. En hoe vaak komt het voor dat mensen ‘ja’ zeggen op een beslissing tijdens een vergadering, maar dat ze in de praktijk gedrag laten zien die de gemaakte afspraak tegenspreekt. In een omgeving van vertrouwen, gaan mensen zich uitspreken vanuit zelfvertrouwen, ook als het een moeilijk vraagstuk is. De ‘ja’ wordt een echte ‘ja’ óf mensen voelen ze zich zelfverzekerd en veilig genoeg om ‘nee’ te zeggen of met een alternatief te komen.    

2. “Van een takje gaat hij niet dood” – Geef vrijheid mét verwachtingen


‘Oh, pas op voor dat blaadje’, ‘Moet je plassen?’ en ‘Blijf maar even in de puppyren’. Ik zat er de eerste dagen (letterlijk) met mijn neus bovenop. Alles was spannend en je wilt zo’n kleintje beschermen tegen de wereld. Al is deze wereld gewoon mijn achtertuin, goed afgeschermd met allemaal hekjes. De eerste avond in een puppyren waar hij ‘heerlijk zou kunnen spelen’. Nou, daar was meneer puppy het niet mee eens. De volgende dag de ‘tralies’ weg én mocht hij zelf relaxed heen en weer lopen in de tuin. Die vrijheid geven is nodig en gaat wel alleen werken als er hele duidelijke verwachtingen zijn. Een puppy gaat heel goed op ritme en schema’s. Zo weet hij precies wat er van hem verwacht wordt en kan hij in dat ritme heerlijk zichzelf en vrij zijn.

Hoe vertaalt dit op de werkvloer?

Geef jij vertrouwen vanaf dag 1 of moet iemand het vertrouwen bij jou winnen? Dit is de hamvraag en start binnen organisaties al vanaf de onboarding. Hoe word je behandeld? En hoe word je verwelkomd? Een goede onboarding kan niet zonder het scheppen van verwachtingen. Je kunt moeilijk iemand aannemen en zeggen ‘doe je ding’, zonder enige structuur, uitleg en kaders. Wanneer je de verwachtingen helder zijn, dan is het zaak om vertrouwen te geven. Dit houdt heel praktisch in dat je niet altijd in iemand nek zit om zijn of haar werk te controleren. Maar dat je verantwoordelijkheid geeft en dat als er fouten worden gemaakt, dit als momenten van lering gezien worden en niet van afstraffing.

3. “Welke collega’s zijn de puppy's?” – Focus op de persoonlijke situatie

Je kunt niet van een puppy verwachten dat hij vanaf dag 1 luistert, lekker vrolijk stoeit met andere honden én uren kan wandelen. Ook is ieder ras anders: de een houdt van knuffelen, de ander is wat meer afstandelijk. De een is een wervelwind van energie, de ander is waaks. De een slaapt het liefst op de koude vloer, de andere warm in de mand. Geef jezelf de tijd om de puppy te observeren en te kijken wat voor hem of haar werkt. Stel ook niet te grote verwachtingen. Zorg dat het realistisch is, zodat je jezelf ook niet teleurstelt als het niet gaat zoals je eigenlijk had gehoopt.

Hoe vertaalt dit op de werkvloer?

Vraag jezelf eens af: hebben wij veel puppy’s of oudere honden binnen de organisatie? En wat voor type honden hebben we dan? Energieke sociale honden die opleven van contact én veel werk willen doen? Of zijn het meer de waakse honden die heel goed zijn in hun werk en vooral in hun eigen territorium willen werken? Neem dit gedachtegoed bijvoorbeeld mee in je onboarding van nieuwe mensen (een junior heeft meer begeleiding nodig, waarbij een senior vooral ook zijn of haar expertise met de rest van de organisatie kan delen) en in je ontwikkelbeleid. Veel mensen voelen dat ze enorm moeten presteren en bezwijken bijna onder die prestatiedrang. Als je de verwachtingen duidelijk hebt én realistisch maakt, ontwikkelt iedereen zich steeds op één volgende stap in zijn of haar kunnen.

4. “Goed zo!” - Positief belonen met aandacht, niet met snoepjes

 
Hoe leer je een puppy wat wel en niet mag? Hij spreekt geen Nederlands of welke taal dan ook, dus het komt neer op je lichaamstaal, commando’s en consequent handelen. En heel belangrijk: het gaat om positief belonen in plaats van negatief straffen. Dus…hoewel mijn puppy Tebby al vanaf dag 1 netjes voor de deur gaat staan om zijn behoefte buiten te doen, komt het weleens voor dat in de heat of the moment een plasje binnen ontsnapt. Wat te doen? Direct oppakken, buiten zetten én niet boos worden dat het binnen is gebeurd. Consequent laten zien dat het buiten moet en als hij buiten heeft gedaan een mega hallelujah geluid laten horen dat hij echt de beste prestatie ooit heeft gegeven. En net als met mensen is aandacht, in de vorm van een knuffel of even bij iemand zitten, genoeg. Je hoeft geen dure snoepjes te geven om positief gedrag aan te leren.

Hoe vertaalt dit op de werkvloer?

‘Ik wilde erkenning. Ik kreeg een pingpongtafel’. Deze uitspraak gebruik ik vaak om het Great Place To Work gedachtegoed uit te leggen. Het gaat niet om faciliteiten of dure cadeaus, het gaat om hoe je dagelijks met elkaar omgaat. Toon je interesse in elkaar, mag je jezelf zijn, heb je invloed en durf je het ook te zeggen als je even niet lekker in je vel zit. Beloon dus met aandacht en niet met cadeaus op 1 bepaald moment in het jaar. Mensen willen gezien en gehoord voelen. En straf niet een fout keihard af, maak er leermomenten van, deel het in de groep met elkaar. Binnen ons team hebben we daarvoor het moment F*ckup Friday: even delen met elkaar waar je van baalt of wat niet zo goed ging. En hup, op naar de volgende week!

En ja, een relatie op basis van wederzijds vertrouwen opbouwen kost tijd. Of dit nou met een puppy is, of met je collega’s op de werkvloer. Maar je kent de uitdrukking: “Je krijgt er zoveel voor terug”- en echt het is zo, zowel met een puppy als met de resultaten van een organisatie.

  • Wil je meer lezen over wat je kan leren van je eigen leiderschapsvaardigheden als je puppy hebt? Lees het boek Help een puppy van Leidy Zijlstra.
  • Wil je meer weten over hoe je vertrouwen kunt vergroten op de werkvloer en wat het oplevert? Lees dan de whitepaper Vertrouwen is de strategie die overal werkt of bekijk deze video met het verhaal van Great Place To Work.
  • Ben je benieuwd naar de avonturen van Tebby? Volg ons dan op Insta (@australian.labradoodle.tebby)!
Topics:leiderschap

Deel jouw reactie